Grootste Romeinse badhuis in Nederland opgegraven
In Nijmegen is bij opgravingen in de Romeinse stad Ulpia Noviomagus een groot deel van een Romeins badhuis blootgelegd door archeologen van onderzoekbureaus RAAP en BAAC. Het gaat om het grootste badhuiscomplex uit de Romeinse periode in Nederland. Bij de opgraving zijn verder aangrenzende huizenblokken, met straten ertussen, luxueuze stadswoningen en een toren ontdekt. En heel veel bijzondere vondsten, zoals benen haarspeldnaalden, sieraden, munten en bijvoorbeeld een prachtige bronzen buste die de Romeinse wijngod Bacchus voorstelt.
![]()
De opgravingen zijn gestart in september vorig jaar en duren tot en met juli van dit jaar. De vondsten zijn gedaan op een nieuwbouwlocatie van BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling. Deze ligt in het Waalfront in Nijmegen in een gebied waar tot nu toe industrie stond.
Vroegere bewoners Nijmegen West leefden in weelde
De tienduizenden vondsten laten zien dat de bewoners van dit deel van de stad zo’n 1800-1900 jaar geleden in weelde leefden. Er zijn delen van bronzen standbeelden, zegelringen en een halssieraad met een gouden sluiting. gevonden. Opvallend zijn ook de honderden benen haarnaalden die gebruikt werden in ingewikkelde kapsels van Romeinse dames. Twee hiervan zijn versierd met een afbeelding van een (boze) kat, één zittend en één staand. Ook speciaal is buste van brons van Bacchus. Deze diende oorspronkelijk als onderdeel van een schenkkan of meubel en is later van een oog voorzien om te gebruiken aan een weegschaal.
![]()
Kostbare materialen
Uit de opgraving blijkt verder dat er kostbare bouwmaterialen zijn gebruikt die het Nijmeegse badhuiscomplex (thermen) een luxueuze uitstraling gaven. De binnenwanden van de baden waren bekleed met marmer en de vloeren bestonden uit tegels van zwarte en witte kalksteen. In andere ruimten waren de wanden voorzien van kleurig beschilderd pleisterwerk. In de gevels waren sierlijsten van kalksteen en zandsteen verwerkt. In de badgebouwen waren bovendien zuilen van kalksteen en zandsteen toegepast.
Bakstenen pijlers voor vloerverwarming
De resten van het badhuis zijn deels zeer goed bewaard gebleven. Het complex is in de middeleeuwen en daarna gebruikt als steengroeve waardoor veel van de muren gesloopt zijn. Maar grote delen van de waterafvoerkanalen en vloeren zijn nog intact, onder meer een vloer van beton met daarop bakstenen pijlertjes van een hypocaustum, het Romeinse vloerverwarmingssysteem. Twee stenen funderingen zijn nog tot twee meter hoog overeind gebleven. Deze behoren tot het best bewaarde Romeinse muurwerk van Nijmegen. Ze worden ter plaatse behouden en er zijn momenteel plannen om de muren zichtbaar te maken onder de nieuwbouw.
Romeinse stad lang in gebruik
Door de opgravingen is duidelijk geworden dat dit deel van de stad tot ver in de 3e eeuw na Chr. volop in gebruik is gebleven. Dat geldt zowel voor het badhuis als voor de gebouwen noordelijk daarvan, aan de rivierzijde. Met name de vele munten van keizer Postumus (260-269 na Chr.), en zijn directe voorgangers en opvolgers, getuigen hiervan. Munten uit deze tijd zijn in de rest van de Romeinse stad nauwelijks gevonden.
Groot badhuis voor grote stad
Een deel van het badhuis is ontdekt in 1992, bij de laatste uitbreiding van de Honigfabriek. Toen kon daar maar een relatief klein deel van onderzocht worden. Aangenomen wordt dat de Romeinse nederzetting aan de Waal in het huidige Nijmegen-West rond het jaar 100 na Chr. stadsrechten ontving van keizer Marcus Ulpius Trajanus en dat kort daarna een aantal grote openbare gebouwen werd opgericht in natuursteen. Een hiervan was het publieke badhuis, een voorziening die door alle burgers van de stad kon worden gebruikt. Naast een al eerder blootgelegd warmwaterbad is nu een nieuwe reeks vertrekken gevonden met onder meer een warm-, lauw- en koudwaterbad. De nu ontdekte vertrekken werden pas in een later stadium toegevoegd aan de thermen, een uitbreiding dus. Nog niet bekend is of alle gebouwdelen tegelijkertijd hebben bestaan. Het is mogelijk dat bij de uitbreiding oudere baden vervangen zijn of dat een vleugel is toegevoegd om afzonderlijke baden voor mannen en vrouwen te creëren. Met zijn oppervlak van minimaal 4.900 m2 was het gehele badhuiscomplex van Ulpia Noviomagus zeker twee keer zo groot als de eerder onderzochte publieke badhuizen van de Romeinse stad Forum Hadriani (2.200 m2, Voorburg bij Den Haag) en Coriovallum (2.500 m2, Heerlen).
![]()
Verleden zichtbaar in de toekomst
Op de plek van de opgraving in het Nijmeegse Waalfront komt een nieuwe duurzame leefomgeving. Regiodirecteur Noord-Oost & Midden Joost Mulder van BPD: “Jarenlang waren de sporen van het Romeinse verleden op deze plek onzichtbaar, diep weggestopt onder de grond. Nu we hier een nieuwe leefomgeving realiseren is het verleden zichtbaar geworden. Ook in de toekomst zal de link naar het verleden zichtbaar blijven. Zo krijgt een aantal woongebouwen een overdekt wandelgebied met rijen zuilen. Een colonnade zoals ook in de Romeinse tijd. En het groene plein in het hart van het gebied, waarvan het ontwerp is geïnspireerd op de plattegrond van het badhuiscomplex, gaat het Thermenplein heten. Een directe verwijzing naar de Romeinse ontmoetingsplaats die hier zo’n 2000 jaar geleden was.”
Voor Nijmegen is een nieuw puzzelstuk toegevoegd aan de geschiedenis van de stad. Wethouder Erfgoed Tobias van Elferen: “Prachtig dat we weer zoveel nieuwe informatie hebben gevonden over ons Romeinse verleden. De vondsten laten nogmaals zien dat Nijmegen de belangrijkste Romeinse stad van Nederland was en een welvarende stad waar het ook goed relaxen was.”
Enkele vondsten zijn vanaf 29 juni te bewonderen in een vitrine in de hal van het Nijmeegse stadhuis.
BAAC en RAAP voeren het onderzoek samen uit onder management van The Missing Link.
![]()