Lezing: Romeinse vondsten

Harry van Enckevort

In de jaren 1986-1995 heeft de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in verband met plannen voor woningbouw een groot deel van het Kops Plateau opgegraven. Daarbij zijn ruim 30.000 sporen ingetekend en meer dan 800.000 scherven, munten, botten, etc. in vondstzakken verzameld. Tijdens de opgraving en in de jaren daarna zijn alle vondsten gedetermineerd. Maar tot een verdere uitwerking kwam het toentertijd door geldgebrek niet.

Tijdens het door NWO gefinancierde Odysseeproject (2008-2012) lukte het om …

Harry van Enckevort

In de jaren 1986-1995 heeft de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in verband met plannen voor woningbouw een groot deel van het Kops Plateau opgegraven. Daarbij zijn ruim 30.000 sporen ingetekend en meer dan 800.000 scherven, munten, botten, etc. in vondstzakken verzameld. Tijdens de opgraving en in de jaren daarna zijn alle vondsten gedetermineerd. Maar tot een verdere uitwerking kwam het toentertijd door geldgebrek niet.

Tijdens het door NWO gefinancierde Odysseeproject (2008-2012) lukte het om bijna alle veldtekeningen uit te werken en de sporen te digitaal te tekenen. In die jaren is ook in grote lijnen de geschiedenis van het Kops Plateau op een rij gezet, alsmede de ingewikkelde opgravingsgeschiedenis: 1915-1921 en 1937 (Jan Holwerda, RMO), 1970-1972 (Jules Bogaers en Jan Kees Haalebos, KUN), 1972-1981 (Tom Bloemers, ROB), 1986-1995 (Willem Willems, ROB), en 1992-1994, 2002-2003 en 2006-2008 (Gemeente Nijmegen, Jan Thijssen). Daaraan kan nu een recente opgraving (2021-2024) op de zuidelijke helling van het plateau tussen de Berg en Dalseweg en de Ubbergse Veldweg worden toegevoegd. Daarnaast zijn toen ook enkele vondstcategorieën uitgewerkt, zoals de fibulae (Stijn Heeren), het handgevormde aardewerk (Peter van den Broeke), etc.

In 2022 stelde de NWO geld beschikbaar voor het project Constructing the Limes van de Universiteit Utrecht. De gemeente Nijmegen is partner in dit project en in dat kader is besloten om een deel van de opgravingen op het Kops Plateau en het daarbij gevonden vondstmateriaal uit te werken. In de lezing zal dieper worden ingegaan op de resultaten van dit project. Allereerst wordt ingegaan op de nieuwe analyse en de datering van de wallen en de grachten. In grote lijnen kunnen hierin tussen 13/12 voor en 69/70 na Chr. vier perioden worden onderscheiden. Voorts word ingegaan op de wisselende functies van deze versterking in de loop van de tijd, waarin de woning van de commandant (praetorium) een belangrijke rol speelde.

Een analyse van de ruim 1100 onderdelen van tuigage (leerbeslag, hangers, bitten, etc.) laat zien dat Romeinse ruitereenheden in elke periode, en in het bijzonder in de laatste periode kort voor de Bataafse Opstand, op het Kops Plateau, maar ook op de nabijgelegen Hunerberg en in de laaggelegen riviervlakte actief zijn geweest. De graffiti op aardewerk zijn deels achtergelaten door deze ruiters; de rest is afkomstig van andere soldaten die op het plateau gestationeerd waren. Deze graffiti laten in combinatie met de vondsten zien dat gedurende de ruim tachtig jaar dat de versterking op het plateau in gebruik was verschillende legereenheden elkaar afwisselden. Ook komen nogmaals de ijzeren werktuigen voorbij die de Romeinse soldaten op het plateau hebben achtergelaten.
Naast de Romeinse tijd komen in het kort ook enkele andere perioden waaruit sporen op het plateau zijn gevonden in de lezing aan bod.